Debatteren kun je leren

Opgeleid worden tot Smart Connector, eigenlijk best een mond vol. En inderdaad, we moeten nogal wat leren. Vier jaar lang krijgen we te maken met tal van onderwerpen en vaardigheden. Maar wat is het belang ervan? In deze rubriek ‘Communiceren kun je leren!’ behandelen we diverse onderwerpen die je kunt, of liever gezegd moet leren als Smart Connector. In dit artikel gaat het over debatteren! Samen met Corné Roubos, debattrainer bij Debatunie, heb ik een aantal handige tips en tricks op een rij gezet over debatteren.

Door: Jeska Baks

Debatteren in het kort
Tijdens een debat zijn er altijd twee partijen die een tegenovergestelde mening over een stelling hebben. Voorstanders hebben als taak om de stelling een geloofwaardige invulling te geven. De taak van de tegenstanders is om alles wat de voorstanders zeggen te ontkrachten. Er zijn vaste beurten die beide teams aan het woord laten. De jury of het publiek oordeelt vervolgens over het debat. Uiteindelijk wint het meest overtuigende team het debat. Het is een gestructureerde discussie met regels waarbij je soms ingedeeld wordt bij een partij waar je het helemaal niet mee eens bent.

De opbouw
Als eerste moeten de voorstanders hun stelling definiëren. Ze moeten dus uit gaan leggen hoe ze de begrippen voor zich zien. Als ze dat niet goed of niet voldoende doen, kun je als tegenpartij vragen gaan stellen of de stelling invullen naar eigen inzicht.

Een veelgebruikte opbouw van een debat is het standaardgeschillenmodel. Deze bestaat uit drie fases. Het probleem: waarom wordt er gepraat over de stelling, wat is er aan de hand en is het een ernstig/urgent probleem? Hierna volgt de oplossing: hoe wordt het probleem opgelost en is die oplossing effectief, structureel en bovendien uitvoerbaar? Het laatste onderdeel zijn de gevolgen: wat volgt er op de oplossing, wat zijn de effecten van het plan?

Let er wel op dat niet alle oplossingen een probleem oplossen. Denk bijvoorbeeld aan de kilometerheffing. Dit zorgt ervoor dat automobilisten betalen voor hun vervuiling, maar het wellicht geen oplossing voor de uitstoot en de lange files. Maak dus strategische keuzes in wat je aandraagt als argumenten.

In het kort, wat is NU het probleem, wat is het PLAN voor de oplossing en wat zijn STRAKS de gevolgen?

De uitvoering
Nu: welke problemen zijn er die op dit moment met het huidige plan worden opgelost? Als voorstander schets je vaak een rampzalige wereld met problemen die moeten worden opgelost. Hoe meer problemen, hoe lastiger voor de tegenpartij. Als tegenstander kun je problemen ontkennen of als minder erg of minder zwaar wegend beoordelen. Door als tegenstanders zoveel mogelijk problemen in de rampzalige wereld te bedenken en te beoordelen, kun je de tegenstander een stap voor zijn.

Het plan: voorstanders leggen hun plan uit waarmee ze benoemen waarom de rampzalige wereld door dit plan wordt verbeterd. Als tegenstander kun je beargumenteren waarom dit plan niet zou werken. Nog beter is het wanneer je met een alternatief plan komt. Wat je dan vaak ziet is dat een debat verder gaat over de argumenten van de tegenstanders en de reactie van de voorstanders hierop, waardoor zij hun argumenten vergeten.

Straks: de partij die voor de stelling is benadrukt wat de gevolgen van de oplossing zijn en wat voor effect dit heeft op de maatschappij. Als tegenstander kun je de betere wereld ontkrachten, ontkennen of andere problemen signaleren die misschien nog wel zwaarder wegen dan het oorspronkelijk probleem.

Een aantal tips
Als je een speech moet geven, zorg er dan voor dat het hele team duidelijk weet wat jullie argumenten zijn. Wat je in je speech aanhaalt, moet worden herhaald in je debat. Houd dus bij of alle argumenten zijn benoemd. Pas ook op dat het hele debat niet over één van de argumenten gaat. Hierdoor kan een debat langdradig worden. Je kunt beter nieuwe argumenten inbrengen.

Vertel wat je gaat doen. Dit klinkt misschien kinderachtig, maar het zorgt ervoor dat de jury overzicht kan bewaren. Zeg bijvoorbeeld dingen als:
“Ik wil graag een nieuw argument inbrengen, namelijk…”
“Ik wil graag reageren op het argument van… hij/zij zei…, maar daar zijn wij het niet mee eens, want…”
“Het argument van mijn teamgenoot werd net aangevallen, er werd gezegd dat…, maar hier zijn wij het niet mee eens, omdat…”

Een debat vindt niet alleen plaats in de Tweede Kamer, maar in veel verschillende vakgebieden wordt gedebatteerd. Tijdens elk debat is het goed om te onthouden dat je niet debatteert om jouw tegenstander te overtuigen van je standpunt, maar de jury. Dus wanneer je praat, kijk hen aan en niet de tegenstanders. En bovenal, oefening baart kunst!