Voetbal langs de communicatielat

Docent Taco ten Dam is gek van Feyenoord (en voetbal). Eén keer per maand laat hij zijn communicatieve inzichten los op deze prachtige sport. En altijd heel objectief.
Deze keer gaat het om de verbale en non-verbale communicatie in het voetbal. En dan komen de taalnazi’s ook nog even om de hoek kijken….

Foto’s en tekst: Taco ten Dam

Communicatiespecialisten weten alles van non-verbaal en verbaal gedrag. Met mijn inmiddels alom bekende en gerespecteerde objectieve benadering van de voetbalsport kijken we deze keer hoe verbale en non-verbale aspecten een rol spelen bij de edele voetbalsport. Onze schermen tonen ons vrijwel elke wedstrijd meer dan levensgroot dat aanstellerij een hoge vlucht heeft genomen in het professionele voetbal. Gezichtsuitdrukkingen met gespeelde verontwaardiging die op slag veranderen als de strafschop is gekregen, handje-voor-de-mond bij het nemen van een vrije trap, slap armpje omhoog als de bal over de lijn gaat, schreeuwend vallen als een geraakte kleiduif, kaartvragende handjes om collega’s te naaien.  Zonder woorden weten wij precies wat ze bedoelen.

Non-verbaal: spanning op de gezichten.

Zie daar de kracht van non-verbaal. ,,We zien de laatste tijd steeds meer voetballers in de Nederlandse competities die dit afkeurenswaardige gedrag vertonen”, zei technisch coördinator scheidsrechterszaken Jaap Uilenberg. ,,Om deze gewoonte tegen te gaan, heeft de KNVB besloten er met een gele kaart tegen op te treden.” Dat was vijftien jaar geleden. Het is alleen maar erger geworden.

‘Kies de uitdrukking die bij je boodschap hoort’, zegt de expert. Juan Veron kiest de uitdrukking van een krachtige verdediger: “Niet met mij spotten.” Wenkbrauwen omlaag, boze ogen, mond dicht. Kaalgeschoren kop, ringbaardje en oorringen accentueren het stoere imago. Van Rio Ferdinand word je niet bang: te veel waterstofperoxide bovenop, pretogen, lachend met de tanden bloot, één oorringetje en een vlasbaardje.

Dan verbaal. Buiten het veld zijn er de zelfbenoemde experts van de media. Alsof ze laboranten zijn, noemen ze elkaar analist.  Met deze kletsmajoren op tv is iets vreemds aan de hand. Van mensen die in de media moeten praten, mag je minimaal twee zaken verwachten: kennis van de materie en spreekvaardigheid. Hoe is het dan mogelijk dat een leger aan taalarmoedige ex-sporters en sportschrijvers wegkomen met een beperkte woordenschat en een gebrek aan gemiddelde formuleervaardigheden. Per uitzending kletsen ze een lawine aan taalfouten de huiskamers in. Raar maar waar: commentaar op fouten in het vertoonde spel worden gecommuniceerd met fouten in de taal.

Tegenwoordig moet je overigens oppassen met het corrigeren van een taalfoutje. Niemand wil immers achteloos geassocieerd worden met een nazi. Het komt namelijk voor dat mensen die taalfouten maken degene die ze corrigeert tot nazi verklaren. Een nazi! Van de taal weliswaar, maar toch. Deze mensen kunnen behalve een taallesje ook wel een lesje geschiedenis gebruiken.

Maar staan al die fouten de communicatie in de weg? Nee, helemaal niet. We begrijpen precies wat de analist bedoelt. In de voetbalcocon fronst niemand zijn wenkbrauwen bij slordig taalgebruik. Sterker nog: de voetbaljournalist doet in de regel gewoon mee met de productie van taalfouten.

Ik heb echter een zwak voor eh eh Ronald de Boer. Niemand maakt mooier een langgerekte eh dan Ronald. Ongekend zoals hij de leegtes vult tussen de originele uitdrukkingen als “jezelf niet belonen”, “dat is zuur”, “volle bak” en “in je kracht komen”. Eh, eh, eh, let er eens op.

Ronald de Boer doet “the greatings”.

 

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.